De otterjacht

In de dorpskom van Woudsend fotografeerde Sjoerd Kuipers in de strenge winter van 1963 deze otter. Het dier ging 's avonds om ongeveer half negen naar een wak, dat door de plaatselijke brugwachter werd opengehouden, om vis te vangen. Kuipers nam ook eens waar dat de otter een eend pakte. In het begin van deze winter zag Kuipers, zijn ouders hadden een café aan de Ee in Woudsend, een tweetal otters. Sjoerd Kuipers ©

De Wetterhoun of otterhoun werd eeuwenlang ingezet voor de jacht op de otter die in Friesland voorkwam. De hond diende de otter op te sporen met zijn neus. Als de otter werd getraceerd, doodde de jager het dier meestal met een speer. De pels van een otter bracht voor de Tweede Wereldoorlog ongeveer 25 gulden op. De bedragen vielen ook wel eens hoger uit. In 1930 werd er eens veertig gulden voor een otter betaald. Voor deze bedragen moest een arbeider wekenlang werken.

De otter

Lutra lutra is de Latijnse benaming voor de Euraziatische otter die in Nederland in het wild voorkwam. De otter behoort tot de familie van de marterachtigen, net als de hermelijn, bunzing, wezel, boommarter en steenmarter. Het is echter de enige marterachtige die een uitgesproken liefde heeft voor water. De otter heeft een zeer dichte pels en een opvallende platte schedel. De oren, ogen en neus zitten hoog in de kop. Hij is ruim een meter lang van de kop tot en met de staart.

In de negentiende en aan het begin van de twintigste eeuw was de otter geen zeldzaamheid in waterrijke gebieden door heel Nederland. Otterkenner A. de Jongh, werkzaam bij Stichting Otterstation Nederland (SON), schat het aantal otters dat destijds voorkwam op duizend tot tweeduizend stuks.

In de winter van 1847 vond er wel een heel amusante gebeurtenis plaats. In de Friese hoofdstad werd namelijk een otter tentoongesteld. Het dier, gevangen in de omgeving van Hommerts, was te bezichtigen ‘in een kistje voor een paar centen’. Volgens de kroniekschrijver Hellema werd de otter weinig gezien en niet veel gevangen: ‘Alleen bij sterke vorst des winters worden ze in poelen en wateren waargenomen door het houden van luchtgaten in het ijs om daardoor adem te scheppen.’ Het favoriete leefgebied van de otter zijn poelen en moerasachtig gebied, omgeven met rietkragen en laag struikgewas. Hier vindt de otter zijn natuurlijke bescherming. Ook verschuilt het dier zich graag in zogenoemde kriekbulten, die ontstaan doordat aangespoeld riet en biezen tegen de polderdijk aandrijft en zich ophoopt als het waterpeil zakt.

Otterkenner Tjibbe de Jong met een otter in Letland, 21 juli 2004. De otter werd enkele weken later uitgezet in de Weerribben, Noordwest-Overijssel. Tjibbe de Jong ©

De in Oudega (Sm) woonachtige Tjibbe de Jong kwam in 1969 bij It Fryske Gea werken. In de loop der jaren ontwikkelde hij zoveel kennis over de otter dat hij gerust een otterkenner genoemd kan worden. Hij benadrukt dat de otter een solitair levend dier is. Nadat het mannetje het vrouwtje dekt, is hij ook weer weg. De vrouwtjes moeten dus zelfstandig zogen en jagen. Een mannetje is niet altijd veel groter dan een vrouwtje, want vrouwtjes kunnen ook groot zijn. Wel is een mannetje zwaarder in gewicht dan een vrouwtje. Een mannetje weegt acht tot twaalf kilo en een vrouwtje vijf tot acht. Een otter wordt in de vrije natuur tussen de acht en tien jaar. Een otterteef werpt na twee jaar jongen, dat kunnen er één tot drie zijn. Jongen kunnen wel een jaar lang bij de moeder blijven. Na ongeveer een halfjaar jagen de jonge otters zelfstandig.

Ongeacht het gegeven dat de otter graag in het water verkeert, leert de moeder de jongen het zwemmen. Hele jonge otters hebben zelfs een afkeer van water. De otter jaagt bij voorkeur in de nacht en kan gerust een nachtdier worden genoemd. Zijn voedsel bestaat in eerste instantie uit vis, maar ook kikkers en waterratten staan op de menulijst. Hij is ook in staat een eend te pakken. Otters communiceren onderling door middel van zogenoemde geurvlaggen. De geurstoffen zitten in de spraints, de uitwerpselen van de otter, waarop een beetje anale gel zit, ‘de bron van de geurboodschap’. Op deze wijze bakenen otters hun territorium.