Geschiedenis van de Wetterhoun

Waterhonden maakten net als andere hondensoorten een eigen historische ontwikkeling door. Literatuur vermeldt dat allerlei soorten honden via Azië en vervolgens via Voor-Azië, het Midden-Oosten of Noord-Afrika in het zuiden van Europa terechtkwamen. In december 2002 concludeerde een team van Zweedse en Chinese onderzoekers in het wetenschappelijke tijdschrift Science dat de domesticatie van de hond ongeveer 15.000 jaar geleden plaatsvond in Zuidoost-Azië (Leeuwarder Courant, 7-12-2002). Het onderzoek bevestigde dat de grijze wolf (canis lupus) de voorvader van de hond is. Het is dus vanzelfsprekend dat de eerste hondensoorten zich vanuit Zuidoost Azië verder over de wereld verspreiden.

 

Adriaan Vellinga uit Erica stuurde deze foto. Overgrootvader Luitzen Vellinga, tante Wil Huizinga en een Wetterhoun staan op de plaat. Tante Wil werd in 1914 geboren en is reeds overleden. De foto werd zeer waarschijnlijk in Franeker gemaakt. Adriaan Vellinga ©

In de loop der eeuwen ontwikkelden zich verschillende soorten jachthonden: de lopende honden op groot wild, de lopende honden op klein wild, de zweethonden en de staande honden. Hieruit ontstond onder andere een groep waterhonden, waartoe de Wetterhoun behoort. Op welke wijze de hondenrassen die tot de waterhonden worden gerekend, zich in de loop der eeuwen ontwikkelden, valt niet precies te zeggen. Wel is het zeker dat in diverse delen van de wereld verschillende waterhonden voorkwamen en voorkomen die een gebruiksfunctie hadden in, op, onder en om het water. Sommige landen kregen een nationale waterhond zoals in Ierland en Portugal. Voor Nederland of meer specifiek Friesland is dat de Wetterhoun.

De historische context

De weg naar de Lage Landen

Het zijn in eerste instantie vissers geweest die de waterhonden als gebruikshond meenamen op het schip om wegdrijvende netten terug te brengen. Zo kwam het dat de waterhonden vanuit Portugal in Engeland terechtkwamen. Het staat vast dat er vanuit de Britse eilandengroep rond 1700 waterhonden werden uitgevoerd naar Zweden. Deze honden hebben duidelijk uiterlijke overeenkomsten met de huidige Wetterhoun en kunnen als Wetterhounachtige honden worden gekwalificeerd. In de zeventiende eeuw komt de Wetterhoun ook voor in Vlaanderen. De hond op het schilderij Boerenjongen met hond toont dit aan.

Het historische beeld over de afkomst van de Wetterhoun is niet helemaal volledig. De bronnen geven aan dat er in Engeland, Zweden en Vlaanderen Wetterhounnachtige honden en Wetterhounen voorkwamen. De geraadpleegde bronnen geven niet exact weer wanneer de eerste Wetterhoun binnen onze landsgrenzen kwam. Simon van der Meulen wijst op de contacten die de handelaren van paling hadden tussen Nederland en Engeland. In de veertiende eeuw komt de palinghandel met Engeland vanuit Amsterdam, de Zaanstreek en omliggende gebieden op gang. Na de zeventiende eeuw gaat Friesland in de palinghandel een steeds belangrijkere rol spelen. De bemanning van de vissersboten hadden kennis van otters en jachthonden. Volgens Van der Meulen kunnen de (eerste) Wetterhounen meegenomen zijn door de bemanning van de palingaken. Hij doet hiermee een veronderstelling die niet op basis van feiten kan worden bewezen. Niettemin is de gedachte redelijk plausibel.

Deze Wetterhoun of Wetterhounachtige hond staat op een ansichtkaart uit Engeland, die dateert van rond 1900. Het is een bewijs dat de voorouders van de huidige Wetterhoun (mede) in Engeland voorkwamen. Collectie: Wiebe Dooper.

Een kynologisch fenomeen?

‘Van alle in onze lage landen voorkomende rassen is hij, kynologisch bezien, zonder meer de meest interessantste.’ Deze passage is te lezen in De Stabij en de Wetterhoun van Ruud Haak, dat uitkwam in 1989. Grondig onderzoek deed Ruud Haak echter niet naar de afkomst en de geschiedenis van de wetterhûn. Dat werd pas in de jaren 1994-1997 gedaan voor De Fryske Hûnen en in de periode 1998-2005 voor dit boek. Hoewel de wetterhûn voortkomt uit de groep van de waterhonden, is het niet duidelijk in hoeverre hij direct of indirect verwant is aan bijvoorbeeld de Ierse waterspaniël, de curly coated retriever, de Portugese waterhond of de reeds uitgestorven Engelse waterspaniël. Anderzijds zijn er overeenkomsten met andere waterhonden in het uiterlijk: vacht, hoofdtype, oordracht, historische afkomst en gebruiksfuncties.

Doordat de wetterhûn mede dogachtige kenmerken lijkt te hebben, blijft zijn historische achtergrond wat mysterieus. Door deze kenmerken is de wetterhûn een vrij uitzonderlijke jachthond. Hij heeft dogachtige trekken door zijn zware bone of grove bouw. Deze dogachtige trekken uiten zich ook in de ronde voeten of kattenvoeten, die de wetterhûn heeft. Verreweg de meeste jachthonden hebben langere voeten, die ook wel hazenvoeten worden genoemd.

Het is vrijwel zeker dat de wetterhûn een mix is van oude waterhonden en inheemse honden, die we al eeuwen niet meer kennen. Zo is de spiraalstaart een unieke eigenschap van de wetterhûn, omdat geen enkel ander ras ter wereld dit type staart draagt. De heersende gedachte dat verreweg de meeste hondenrassen gebruikshonden waren is terecht. Bewust fokbeleid leidde tot mutaties en nieuwe hondensoorten. In dit kader blijft er een vraagteken bestaan inzake de spiraalstaart. Een nader te definiëren functie van deze staart valt nauwelijks te omschrijven. Misschien is de spiraalstaart eerder een uitzondering op de regel? Of zoals bioloog Otto in 1980 schreef: het object van doelbewuste fokkerij. Daarmee wordt gesteld dat de spiraalstaart het sieraad van de wetterhûn is en dat de staart vanwege de schoonheid op deze wijze werd gefokt.

Jager met de Wetterhoun. Wiebe Dooper ©

Het is aannemelijk te veronderstellen dat alle genoemde waterhondenrassen allemaal afstammen van de waterhonden die reeds in de tijd van Zoroaster bekend waren. Deze honden hebben zich verspreid. In afzonderlijke gebieden kunnen zich hieruit makkelijk variëteiten hebben ontwikkeld, zoals zo vaak gebeurd is bij de ontwikkeling van de diverse hondenrassen. Dat betekent dat waterhonden ook zijn gekruist met reeds aanwezige inheemse honden, die al gebruiksfuncties kenden als jachthond in, op en bij het water.

De bronnen illustreren dat de wetterhûn ook buiten Nederland voorkwam. Ten tijde van de Republiek der Verenigde Nederlanden werden door de economische vooruitgang en de bevolkingsgroei poelen, meren en moerasachtige gebieden drooggelegd, ingepolderd en gecultiveerd tot landbouwgrond. Het gevolg was dat er minder leefgebied was voor de visotter en otterhonden minder werden gebruikt voor de otterjacht. Na verloop van tijd heeft de wetterhûn zich alleen kunnen handhaven in het tamelijk geïsoleerde Friesland, waar tot aan de Tweede Wereldoorlog met de wetterhûn of otterhûn op de otter werd gejaagd.

Er zijn enkele Friese spreekwoorden waarin de wetterhûn voorkomt. Swimme kinne as in wetterhûn. (Zo goed kunnen zwemmen als een wetterhûn). Sa kâld, trilje as in wetterhûn. (Zo koud, dat je rilt als een wetterhûn). De aanwezigheid van de wetterhûn of otterhûn, zijn gebruik als jachthond en de spreekwoorden tonen aan dat deze hond deel uitmaakte van de Friese volkscultuur.

Overnemen van tekst

Bovenstaande tekst is afkomstig uit De Wetterhoun, een eigenzinnig fenomeen, dat in 2005 verscheen. Bij het overnemen van enkele passage of een paar tekstdelen uit een alinea, wordt u geacht een bronvermelding te plaatsen. Voor het overnemen van grotere stukken tekst is toestemming nodig van Wiebe Dooper ©, de auteur van het boek.